boek

onzijdig (het)/buk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ingebonden bundel bedrukte of beschreven vellen papier
    Als hij wat tijd voor zichzelf had, ging hij bijna altijd een boek lezen.
    ' Ik was behoorlijk opgelucht toen ze me dat opdroeg, want meestal als ik aan mensen vertelde dat ik een boek wilde schrijven, reageerden ze door te zeggen dat hun levensverhaal daar bijzonder geschikt voor zou zijn.
    ' Ze pakte een boek over schilders uit de renaissance en een oude Vogue en gaf ze aan Teresa.
  2. deel van een groter geschrift
  3. boeken: de administratie
    Het gestopte slachthuis Hilckmann moet de gemeente Nijmegen inzage geven in de boeken.Jorg Leijten NRC 28 april 2016

Etymologie

:Noord: /: bok, : bog, (: bók), /: bók

Uitdrukkingen

  • Een gesloten boek zijnErgens niets van begrijpen ofwel: ergens weinig/niets van weten
  • Een open boek zijnHeel helder en duidelijk zijn, zonder geheimen
  • Met de neus in de boeken zittenAl lezend studeren
  • Volgens het boekjePrecies volgens het plan
  • Spreken als een boek
  • Te boek staan alsEen bepaalde reputatie hebben
  • : buku
  • : buku

Vertalingen

Engelsbook
Franslivre
DuitsBuch
Spaanslibro
Italiaanslibro
Portugeeslivro
Russischкнига
Japans本, ほん, hon
Arabischكتاب
Turkskitap
Poolsksiążka
Zweedsbok
Deensbog