boekenworm
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- insect dat men veel in oude boeken kan vinden,
- iemand die heel veel leestDe musical, die is geïnspireerd op Dahls boek uit 1988, draait om een bijdehante boekenworm die ontdekt dat ze telekinetische gaven heeft.Ik ga tegen mijn matties zeggen dat ze jou moeten lezen, kerel. Sommigen zullen er echt wijs van worden. Straks worden we nog boekenwormen, denkers misschien. Hoe heet je publisher ook alweer? Oscar van Gelderen toch? Ik denk dat ik hem ook wat ga sturen. Bedankt voor je mooie boek, gast. Ik hoop dat je kassa ervan gaat rinkelen.Dat is weer eens wat anders dan Ons Soort Mensen, dacht Burger. Maar gelukkig, de met eigenwaan vervulde boekenworm snapt het gepeupel wel.
Vertalingen
Engelsbookworm, paper silverfish, bookworm
DuitsPapierfischchen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek