Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
boeklegger
mannelijk (de)/ˈbuklɛɣər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- strook kaartkarton, leer of stof om een bladzijde in een boek mee te markeren, zonder dat die bladzijde daarvan schade oploopt‘Het Tibetaanse boek van leven en sterven’ van Sogyal Rinoche was het eerste boek, het ligt nog steeds op haar nachtkastje. De boeklegger is op driekwart blijven steken. "Ik kon er niets mee. Mijn kind is niet overleden, ze is vermoord.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek