boemelen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) zijn tijd doorbrengen met uitgaan, brassen, slempen
    Er werd weer flink geboemeld die avond.
  2. inerg (inerg) met de stoptrein reizen
    Er was eindeloos geboemeld, maar uiteindelijk kwamen ze toch aan op de plaats van bestemming.
  3. erga (erga) met de stoptrein ergens heen reizen
    Hij was deze keer eens naar Amsterdam geboemeld.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘kroegen aflopen’ voor het eerst aangetroffen in 1894

Vertalingen

Engelsdebauch
Spaansir de juerga