boeten

/ˈbutə(n)/

Wat is de betekenis van boeten?

boeten betekent: (inerg) ~ voor: straf ondergaan, nadeel ondervinden van een foute handeling

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) ~ voor: straf ondergaan, nadeel ondervinden van een foute handeling
  2. ov (ov) het repareren van een visnet

Voorbeelden van "boeten" in een zin

  • - Hij boette zwaar voor zijn vergrijp.
  • - Hij moest boeten voor de fouten van zijn baas, want hij is ontslagen omdat het bedrijf failliet is gegaan.
  • De vissers boetten hun beschadigde netten.

Betekenis en uitleg van boeten

Boeten betekent het ondergaan van een straf of het compenseren van iets dat verkeerd is gegaan. Wanneer je iets verkeerd doet, kan het zijn dat je moet boeten, bijvoorbeeld door een straf uit te zitten of iemand te vergoeden voor een fout die je hebt gemaakt.

Het woord wordt vaak gebruikt in juridische contexten, zoals bij verkeersboetes of straffen voor misdaden. Daarnaast kan het ook figuurlijk worden gebruikt, bijvoorbeeld wanneer iemand emotioneel boet voor zijn daden. De nuance van het woord kan variëren van een lichte straf tot een zwaardere consequentie, afhankelijk van de situatie.

Voorbeelden

  • Na het stelen van een fiets moest hij boeten met een geldboete en een taakstraf.
  • Ze voelde dat ze moest boeten voor haar onoprechte gedrag tegenover haar vriendin.
  • De speler boette met een rode kaart voor zijn ongepaste overtreding tijdens de wedstrijd.

Woordoorsprong

Het woord 'boeten' is afgeleid van het Middelnederlandse 'bōten', wat 'vergoeden' of 'compensatie bieden' betekent.

Veelgestelde vragen over boeten

Wat is de betekenis van boeten?

boeten betekent: (inerg) ~ voor: straf ondergaan, nadeel ondervinden van een foute handeling

Hoeveel betekenissen heeft boeten?

boeten heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van boeten?

Synoniemen van boeten zijn: boetes.

Hoe gebruik je boeten in een zin?

Voorbeeld: “- Hij boette zwaar voor zijn vergrijp.

Etymologie

* In de betekenis van ‘herstellen, goedmaken’ voor het eerst aangetroffen in 1253

Vertalingen

Engelspay for, mend, repair
Duitsbüßen
Spaansexpiar, remendar