boks
vrouwelijk (de)/bɔks/
Wat is de betekenis van boks?
boks betekent: (kleding) ruim zittende broek
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) ruim zittende broek
- zachte stomp met de gebalde vuist tegen de vuist van een ander als teken van instemming of begroeting
Voorbeelden van "boks" in een zin
- Hij gaf me een boks en vertrok meteen de kloof in om water te halen.
Etymologie
*: "boksen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek