bolletje
/ˈbɔləcə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) zacht broodje in de vorm van een bolMijn buurjongen bleef maar van die bolletjes eten.
Etymologie
*afgeleid van "bol"
Vertalingen
Engelsroll
Spaansbolita, bollito, bocadillo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek