bolletje

/ˈbɔləcə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) zacht broodje in de vorm van een bol
    Mijn buurjongen bleef maar van die bolletjes eten.

Etymologie

*afgeleid van "bol"

Vertalingen

Engelsroll
Spaansbolita, bollito, bocadillo