bomen
/bomə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) langdurig en uitgebreid praten over minder belangrijke zakenDe verveelde pensionado's konden eindeloos lang bomen over de politiek.
- (ov) (scheepvaart) met een lange stok een bootje voortduwenEen bok was een scheepstype dat uitsluitend geboomd werd.
Etymologie
* In de betekenis van ‘discussiëren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1884
Vertalingen
Engelschat
Duitserzählen, plaudern
Deenshyggesnakke, sludre, småsnakke
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek