bomen

/bomə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) langdurig en uitgebreid praten over minder belangrijke zaken
    De verveelde pensionado's konden eindeloos lang bomen over de politiek.
  2. ov, scheepvaart (ov) (scheepvaart) met een lange stok een bootje voortduwen
    Een bok was een scheepstype dat uitsluitend geboomd werd.

Etymologie

* In de betekenis van ‘discussiëren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1884

Vertalingen

Engelschat
Duitserzählen, plaudern
Deenshyggesnakke, sludre, småsnakke