bomen

/bomə(n)/

Wat is de betekenis van bomen?

bomen betekent: (inerg) langdurig en uitgebreid praten over minder belangrijke zaken

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) langdurig en uitgebreid praten over minder belangrijke zaken
  2. ov, scheepvaart (ov) (scheepvaart) met een lange stok een bootje voortduwen

Voorbeelden van "bomen" in een zin

  • De verveelde pensionado's konden eindeloos lang bomen over de politiek.
  • Een bok was een scheepstype dat uitsluitend geboomd werd.

Betekenis en uitleg van bomen

Bomen zijn grote, houtachtige planten die vaak een stevige stam, takken en bladeren hebben. Ze vormen een essentieel onderdeel van ons ecosysteem en bieden onderdak aan tal van dieren, terwijl ze ook zuurstof produceren en CO2 absorberen.

Het woord 'bomen' wordt vaak gebruikt in de context van natuur en milieu, maar ook in spreekwoorden en uitdrukkingen. Je kunt het gebruiken om te verwijzen naar bossen, parken of zelfs als metafoor voor groei en ontwikkeling. Bomen hebben ook een belangrijke culturele betekenis en zijn vaak symbool voor leven, kracht en stabiliteit.

Voorbeelden

  • In het park staan er prachtige bomen die in de herfst hun bladeren laten vallen.
  • De oude eik in onze tuin is niet alleen een boom, maar ook een plek waar de kinderen graag spelen.
  • Tijdens onze hike door het bos kwamen we een indrukwekkende boom tegen die eeuwenoud leek.

Woordoorsprong

Het woord 'boom' komt van het Oudnederlands 'boma', dat verwant is aan het Germaanse 'baumaz'.

Veelgestelde vragen over bomen

Wat is de betekenis van bomen?

bomen betekent: (inerg) langdurig en uitgebreid praten over minder belangrijke zaken

Hoeveel betekenissen heeft bomen?

bomen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je bomen in een zin?

Voorbeeld: “De verveelde pensionado's konden eindeloos lang bomen over de politiek.

Etymologie

* In de betekenis van ‘discussiëren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1884

Vertalingen

Engelschat
Duitserzählen, plaudern
Deenshyggesnakke, sludre, småsnakke