bonhomie
vrouwelijk (de)/bɔnɔ'mi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- natuurlijke goedhartigheid / wellevendheidIk complimenteerde hem met zijn indrukwekkende vertoon van bonhomie. Hij glimlachte verveeld.
Etymologie
* afgeleid van het Franse bonhomme () [https://fr.wiktionary.org/wiki/bonhomme Wiktionnaire]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek