bonobo
mannelijk (de)/boˈnobo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (primaten) een mensaap en daarmee een van de primaten. De bonobo staat samen met haar naaste verwant de chimpansee (Pan troglodytes) van alle levende diersoorten het dichtst bij de mens. De bonobo stond vroeger ook bekend als dwergchimpanseeEen duidelijk verschil is dat bonobos minder geneigd zijn tot geweld dan chimpansees. Geweld onder bonobos komt voor, maar het is veel minder gebruikelijk en vrijwel altijd ook minder serieus. Daarentegen is seks bij bonobos een veelvoorkomend verschijnsel met een grote sociale functie
Vertalingen
EngelsBonobo
Fransbonobo
DuitsZwergschimpanse, Bonobo
Poolsszympans karłowaty, bonobo
Zweedsbonoboapan, dvärgschimpans
Deensbonobo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek