bont

onzijdig (het)/bɔnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierenhuid met vacht, "pelswerk", dat als kleding dient
    Volgens mij houdt ze eigenlijk niet van bont.

Etymologie

#bonte verzameling: een verzameling met heel veel van elkaar verschillende elementen

Uitdrukkingen

  • Iemand bont en blauw slaan(Letterlijk) Iemand dusdanig hard slaan dat die er blauwe plekken aan overhoudt; iemand hard slaan, hem een pak rammel geven
  • Het al te/erg bont makenZich extreem gedragen, veel te ver gaan (vgl. Het al te gortig maken)

Vertalingen

Engelsmulticoloured, fur, fur coat
Fransbigarré, fourrure
Duitsbunt, Pelz
Spaansabigarrado, multicolor, variopinto
Russischмех
Poolsfutro