Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

boogdeur

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈboɣdør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) beweegbare, aan de bovenkant halfronde afsluiting van de toegang tot een ruimte
    Een boogdeur gaat open, Aage is daar.