boomchirurg
mannelijk (de)/ˈbomʃiˌrʏrᵊx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die (niet gehinderd door kennis van zaken en) met het inzetten van mechanische technieken probeert bomen te verzorgenDe boomchirurg heeft de rotte plek uitgefreesd.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek