boomchirurgie

vrouwelijk (de)/ˈbomʃirʏrˌɣi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) behandeling bedoeld om de levensduur van bomen te verlengen of om bomen in goede staat houden
    In de boomchirurgie bestond het gebruik rotte delen uit bomen weg te vrezen, wat de natuurlijke afweer van de boom aantast.