boomgrens
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbomɣrɛns/
Wat is de betekenis van boomgrens?
boomgrens betekent: een grens in de bergen waarboven geen bomen meer groeien
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een grens in de bergen waarboven geen bomen meer groeien
Voorbeelden van "boomgrens" in een zin
- Zij was nu zo hoog gekomen dat ze onbeschut in de wind stond, ver boven de boomgrens.
- Toen ik bijna bij de boomgrens was, zag ik in de verte een hoge bergpas.
Vertalingen
Engelstree line, forest border
Franslimite des arbres
DuitsBaumgrenze
Spaanslímite de bosque
Zweedsträdgräns
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek