boomhazelaar
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een bladverliezende boom uit de berkenfamilie (). De soort is inheems in het zuidoosten van Europa en in het zuidwesten van Azië, van het Balkanschiereiland en Noord-Turkije tot het noorden van Iran. De boom wordt in veel delen van de wereld gebruikt als sierboom
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek