boomkikker
mannelijk (de)/'bomkΙͺkΙr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kikkers) , klein kikkertje uit de familie boomkikkers () dat zich in bomen en heesters kan begeven
Vertalingen
Engelstree frog
Fransrainette
DuitsLaubfrosch
Spaansrana de San Antonio, rana arbΓ³rea
Italiaansraganella
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek