Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
boomlopers
/ˈbomlopərs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) benaming voor vogels uit het geslacht uit de familie , inheems in zuidelijk Centraal-Amerika en noordelijk Zuid-AmerikaHeb jij het college over de boomlopers gevolgd?
Etymologie
*"boomloper" met de uitgang -s
Vertalingen
Engelstreerunners
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek