boor

mannelijk/vrouwelijk (de)/bor/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) rond zijn as ronddraaiend werktuig om gaten mee te maken
    Hij liet de boor per ongeluk op de grond vallen.
zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde, element (scheikunde), (element) een chemisch element en een zwart metalloïde, met symbool B en atoomnummer 5
    Waar wordt boor in gebruikt?

Etymologie

*[B] (verkorting) van "borium" of van "bore", afkomstig van het Arabische Buraq voor borax, een mineraal dat het voornaamste erts voor boorwinning is

Vertalingen

Engelsdrill, boron
Fransforet, bore
DuitsBohrer, Bor
Spaansbroca, barrena, boro
Italiaansboro
Portugeesboro
Russischбор
Japansドリル, ホウ素, 硼素
Koreaans붕소
Arabischبورون
Turksmatkap, burgu, delgi
Poolswiertło, bor
Zweedsbor
Deensbor