Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

boorder

mannelijk (de)/ˈbordΙ™r/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die boort
    De boorders hebben op dit moment inmiddels 136 tunnelringen gebouwd en zijn 209 meter gevorderd.[https://noordzuidlijn.wijnemenjemee.nl/nieuws/noortje-zet-de-sokken-er-in/ noordzuidlijn]
  2. dierkunde (dierkunde) benaming voor insecten, zoals vlinder en kevers, waarvan de larven gangen graven in het weefsel van hun waardplant
    Boorders, zoowel de Scirpophaga als de Chilo komen zeer veelvuldig voor en men ziet soms geheele wagenvrachten [suiker]riet, waarvan iedere stok sporen van boorderaantasting vertoont

Etymologie

* van boren