Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
boorder
mannelijk (de)/ΛbordΙr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die boortDe boorders hebben op dit moment inmiddels 136 tunnelringen gebouwd en zijn 209 meter gevorderd.[https://noordzuidlijn.wijnemenjemee.nl/nieuws/noortje-zet-de-sokken-er-in/ noordzuidlijn]
- (dierkunde) benaming voor insecten, zoals vlinder en kevers, waarvan de larven gangen graven in het weefsel van hun waardplantBoorders, zoowel de Scirpophaga als de Chilo komen zeer veelvuldig voor en men ziet soms geheele wagenvrachten [suiker]riet, waarvan iedere stok sporen van boorderaantasting vertoont
Etymologie
* van boren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek