boort
onzijdig (het)/bort/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- afval bij het slijpen van diamanten, dat fijngestampt weer als slijppoeder gebruikt kan wordenHij duwde een deur open en het machine-geraas der zaal kletterde vol op hem toe, egaal, dof van kreuning, behamerd door 't metalen geklik van een mortier, waarin 'n potjongen boort stampte.
Etymologie
*: "boor" met de uitgang -t
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek