Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bootkoper

mannelijk (de)/ˈbotkopər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die een pleziervaartuig aanschaft
    Bart Kempers: "Vrijwel elke potentiële bootkoper op de steiger heeft eerst thuis achter de computer al flink wat huiswerk gedaan.”
    Vink beaamt dat jachtmakelaars zware tijden doormaken: “Vorig jaar trad al een vertraging op in de verkoop van gebruikte schepen. Daar zijn de stille winterperiode en de economische crisis nog eens bovenop gekomen. Het is een echte kopersmarkt nu, net als bij de huizen. Bootkopers bieden gerust vijftig procent minder dan de vraagprijs,” weet hij.