bop
mannelijk (de)/bɔp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) bebop
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘jazzstijl’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1956
Vertalingen
Spaansbebop
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘jazzstijl’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1956