borg

mannelijk (de)/bɔrx/

Wat is de betekenis van borg?

borg betekent: (financieel) iemand die garant staat voor een eventueel te betalen bedrag, de borgsteller

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. financieel (financieel) iemand die garant staat voor een eventueel te betalen bedrag, de borgsteller
  2. financieel (financieel) borgsom, borgtocht, waarborgsom, cautie, onderpand
  3. dierkunde (dierkunde) een gecastreerd mannetjesvarken
  4. techniek (techniek) ketting of touw om iets mee vast te zetten, of een daarvoor bedoeld machineonderdeel

Voorbeelden van "borg" in een zin

  • Hij was bereid als borg op te treden.
  • Als je het huurhuis weer in de originele staat aflevert krijg je de borg terug.

Etymologie

* In de betekenis van ‘waarborg’ voor het eerst aangetroffen in 1237

Vertalingen

Engelssurety, bond
Franscaution, caution
DuitsBürge, Kaution, Borg
Spaansfiador, fianza
Italiaansfideiussore, cauzione
Portugeesfiança
Russischпоручитель