borstzak

mannelijk (de)/'bɔrstsɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Een zakje op de (meestal linker) borstkas op een overhemd, een jasje, een blazer of een dinnerjacket.
    Hij droeg een pochet in zijn borstzakje
    Om zijn verhaal kracht bij te zetten, haalde hij een pakje Marlboro uit het borstzakje van zijn overhemd en stak er een op.