bosaap

mannelijk (de)/'bɔsap/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) een aap die in een bos woont
  2. iemand die zich ongemanierd gedraagt; iemand met een verwilderd uiterlijk
    Die bosaap heeft mijn Schanulleke ontvoerd!{{w|nl|Wiske|Wiske