bosaap
mannelijk (de)/'bɔsap/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) een aap die in een bos woont
- iemand die zich ongemanierd gedraagt; iemand met een verwilderd uiterlijkDie bosaap heeft mijn Schanulleke ontvoerd!{{w|nl|Wiske|Wiske
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek