bosbouwkundige

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌbɔzbɑuˈkʏndəɣə/

Wat is de betekenis van bosbouwkundige?

bosbouwkundige betekent: (beroep) iemand die aanleg en beheer van bossen bestudeert

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die aanleg en beheer van bossen bestudeert

Voorbeelden van "bosbouwkundige" in een zin

  • Van tevoren hadden we de verwachting dat er een soort chemie zou ontstaan, door al die vakmensen bij elkaar, van sociaal-geograaf tot politicoloog en bosbouwkundige.
  • Hoewel deskundigen vraagtekens hebben geplaatst bij zowel de financiële als de bosbouwkundige onderbouwing van zijn plantage in Ghana, zegt Von Berg zich vooral te laten leiden door zijn liefde voor het milieu.

Etymologie

*: "bosbouwkundig" met de uitgang -e