Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
bosgors
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een als dwaalgast in West-Europa voorkomend lid van de familie der gorzen (Emberizidae)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek