boskapel
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een klein gebedshuis in het bosBosbegankenis start op 25 april. Er zijn dagelijks missen en een beeweg in en om de Boskapel in de Kasteelstraat. Tijdens de openingsmis om 10.45 uur zijn het Okra-koor en fanfare De Eendracht van de partij, 'tMuziek en het Gregoriuskoor zingen op 2 mei. Op 3 mei om 10 uur is de slotmis. De Standaard 21 APRIL 2010 (PVR) [http://www.standaard.be/cnt/8l2p4tnr Bosbegankenis]Vandalen hebben woensdag heel wat schade aangericht aan de recent gerenoveerde boskapel in Hengelhoef. De Standaard 01 JUNI 2013 vrs [http://www.standaard.be/cnt/dmf20130531_00606552 Vandalen vernielen boskapel in Hengelhoef]‘In het bosje van de Boskapel, dat we maar net in beheer namen, worden ongeveer honderd oude eiken bedreigd. De Standaard 04 DECEMBER 2014 jhp [http://www.standaard.be/cnt/dmf20141203_01410482 Natuurpunt ziet sneltram liever op dan naast A12]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek