Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

boskoekoek

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koekoeksvogels (koekoeksvogels) een koekoeksoort die parasiteert op zangvogels in een groot gebied dat reikt van Rusland tot Japan. 's Winters trekken deze vogels naar het zuiden van Azië en verblijven in de Indische Archipel en Australië