Bosrank

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɔsrɑŋk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) een vaste plant uit de ranonkelfamilie () De bosrank is een houtige klimplant die voorkomt in bossen en kreupelhout op kalkhoudende gronden. De stengel kan tot 6 cm dik worden. De lengte kan tot 30 meter bedragen

Vertalingen

Spaansajan, ansarina, anserina