bosrietzanger
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae, die veelvuldig andere vogelgeluiden imiteert
Vertalingen
Engelsmarsh warbler
Fransrousserolle verderolle
DuitsSumpfrohrsänger
Spaanscarricero políglota
Italiaanscannaiola verdognola
Russischболотная камышовка
Turksçalı kamışçını
Poolsłozówka
Zweedskärrsångare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek