bosschage

onzijdig (het)/bɔˈsaʒə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klein bos

Etymologie

*via Middelnederlands "boscaelge" van "boscage" "wat tot het bos behoort", in de betekenis van ‘bosje’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Vertalingen

Fransbocage
Spaansbosquecillo de jardín