Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bostouw

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) liaan of luchtwortel gebruikt als touw
  2. (Oost-IndiΓ«) planten van het geslacht
  3. (Kaapkolonie) waarschijnlijk , vanwaar bostou{{citeer|boek#|citaat= Men vindt ook bijna overal boschtouw, dat, tot in den top en aan de kleinste takjes der boomen geklommen zijnde , draaden laat vallen , die tot op den grond hangen ; eerst zeer dun zijnde groeien zij met den tijd tot de dikte van eenen arm, gelijk diessoorten, welke men in Amerika ziet; deeze draaden zijn ontelbaar; zij hebben geene bladeren : de natuurlijke bewooners van dat land noemen dezelve Baviaans-touw, omdat de Aapen zig van dezelve bedienen om tot in de toppen der boomen te klimmen en bij de vrugten te koomen |url=https://resolver.kb.nl/resolve?urn=dpo:1300:mpeg21:0231|titel=Reize in de binnenlanden van Afrika, langs de Kaap de Goede Hoop.|auteur=Le Vaillant
  4. (Suriname) o.a. en {{citeer|artikel#|citaat=5. het zich ten nutte maken van al hetgeen het bosch aan bouwhout, boschtouw, blad voor dakbedekking, en wat dies meer zij, oplevert, om zoodoende goedkoop te kunnen werken.|url=https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011214892:mpeg21:p007|titel=De Tabaksaanplant op Worsteling Jacobs.|uitgever=De Surinamer : nieuws- en advertentieblad
    Voor allerhande bindwerk gebruiken jagers mamuri, ookwel busiropa (β€˜bostouw’) genoemd (onder andere heteropsis flexuosa en thoracocarpus bissectus). Het zijn hemi-epifyten met dunne, meters lange wortels die naar de grond reiken.

Etymologie

*geattesteerd in een aantal delen van het vroegere Nederlandse koloniale rijk.