Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
boszanger
mannelijk (de)/ˈbɔsɑŋər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een klein, meest onopvallend, bruin zangvogeltje dat behoort tot het geslacht en de familieDe fitis en de tjiftjaf zijn beide boszangers.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek