Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

boszanger

mannelijk (de)/ˈbɔsɑŋər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een klein, meest onopvallend, bruin zangvogeltje dat behoort tot het geslacht en de familie
    De fitis en de tjiftjaf zijn beide boszangers.