Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
boterschaal
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbotərˌsxal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) lage open kom met een brede vlakke rand waarin boter wordt opgediendHij daalt, op zijn slip-slap-sloffen, in zijn kelder, neemt een volle melkpan in de linkerhand, knijpt den in papier gewikkelden klomp lekkerkoek onder den linkerarm, en met het brood, waarop het boterschaaltje evenwichtig waggelt, gelijk een kroontje, in de rechterhand, stijgt hij terug naar 't volle daglicht.
- (handel) weegschaal bestemd om boter mee af te wegenVoor het ijken van de boterschaal van Lo bij Veurne wordt in 1406 beroep gedaan op de ‘ghesworen ykere vanden ghewichten’ van de stad Brugge.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek