bourdon

mannelijk (de)/bur'dɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) noot van dezelfde (lage) toonhoogte die het hele muziekstuk aangehouden wordt
  2. muziek (muziek) pijp van een doedelzak die als functie heeft 1) te produceren
    Deze doedelzak heeft een speelpijp en twee bourdons in kwinten gestemd.
  3. muziek (muziek) laag orgelregister
  4. muziek (muziek) zware luidklok

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘diepe bas’ voor het eerst aangetroffen in 1795

Vertalingen

Fransbourdon
Spaansbordón