bouwploeg
mannelijk/vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van bouwploeg?
bouwploeg betekent: team bouwers
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- team bouwers
Voorbeelden van "bouwploeg" in een zin
- In '97 had ik alles laten doorbreken tot een grote, l-vormige ruimte. Nadat de bouwploeg vertrokken was, stond ik sprakeloos op het spiegelende parket, terwijl Tonio met tot vliegtuigvleugels gespreide armen om me heen draafde, vrolijke lachkreten slakend.
- Een vijftig man sterke bouwploeg had maanden gewerkt aan het verzamelen van de takken voor het grote paasvuur van 2000 kuub in Espelo, vertelt verslaggever Pauline Broekema. Maar twee dagen voor Pasen keurde de brandweer deze bult af; zo'n groot vuur was te gevaarlijk gezien de droogte, de wind en de nabije bosrand.
Veelgestelde vragen over bouwploeg
Wat is de betekenis van bouwploeg?
bouwploeg betekent: team bouwers
Welk woordgeslacht heeft bouwploeg?
bouwploeg is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van bouwploeg?
Synoniemen van bouwploeg zijn: bouwteam.
Hoe gebruik je bouwploeg in een zin?
Voorbeeld: “In '97 had ik alles laten doorbreken tot een grote, l-vormige ruimte. Nadat de bouwploeg vertrokken was, stond ik sprakeloos op het spiegelende parket, terwijl Tonio met tot vliegtuigvleugels gespreide armen om me heen draafde, vrolijke lachkreten slakend.”
Vertalingen
Engelsengineering team
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek