bouwstijl
mannelijk (de)/'bɔustɛɪl/
Wat is de betekenis van bouwstijl?
bouwstijl betekent: een manier van bouw die kenmerkend is voor een bepaalde periode of plaats
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een manier van bouw die kenmerkend is voor een bepaalde periode of plaats
Voorbeelden van "bouwstijl" in een zin
- Al kletsend passeren ze de huizen van Amsterdam-Zuid en Gabi bewondert de solide bouwstijl, zo anders dan die van zijn eigen land, waar één flinke tornado een heel dorp, húp van de kaart veegt. NRC Franca Treur 6 november 2016
- Het was een schitterend huis. Strakke bouwstijl, diepe voor- en achtertuin, oprit met garage.
Veelgestelde vragen over bouwstijl
Wat is de betekenis van bouwstijl?
bouwstijl betekent: een manier van bouw die kenmerkend is voor een bepaalde periode of plaats
Welk woordgeslacht heeft bouwstijl?
bouwstijl is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van bouwstijl?
Synoniemen van bouwstijl zijn: bouworde.
Hoe gebruik je bouwstijl in een zin?
Voorbeeld: “Al kletsend passeren ze de huizen van Amsterdam-Zuid en Gabi bewondert de solide bouwstijl, zo anders dan die van zijn eigen land, waar één flinke tornado een heel dorp, húp van de kaart veegt. NRC Franca Treur 6 november 2016”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek