bovenkleed
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de buitenste laag kleren die men over de onderkleding aantrektNet als in het vorige huis vlogen ze gehaast, zonder hun bovenkleren uit te doen, naar binnen en liepen in hun bontjassen, mutsen en viltlaarzen door naar de achtergelegen vertrekken.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek