bovenkleed

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de buitenste laag kleren die men over de onderkleding aantrekt
    Net als in het vorige huis vlogen ze gehaast, zonder hun bovenkleren uit te doen, naar binnen en liepen in hun bontjassen, mutsen en viltlaarzen door naar de achtergelegen vertrekken.