bpm

meervoud/ˌbepeˈʔɛm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. afkorting (afkorting) een indirecte belasting die moet worden betaald wanneer een personenauto, bestelauto of motorrijwiel in Nederland geregistreerd wordt
  2. afkorting, muziek (afkorting) (muziek) eenheid waarmee de snelheid van een beat wordt uitgedrukt (beats per minute)

Etymologie

* [1] afkorting van Belasting van Personenauto's en Motorrijwielen