braakmiddel

onzijdig (het)/ˈbrakmɪdəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. middel dat overgeven opwekt
    Nu waren ze die oude zottin van een Guichard in kamer 24 aan het ontgiften, ze kreeg een braakmiddel toegediend en haar darmen en maag werden gespoeld.
    Vooral in de jaren '80, weet ze, kon ze niets goed doen. 'Liesbeth Slist' en 'Een muzikaal braakmiddel', heette ze in die tijd voor menig criticus. „Mijn zalen raakten leeg. Onverdraaglijk. Het voelde als een vernedering.”

Vertalingen

Engelsvomitive, emetic