braakneiging

vrouwelijk (de)/'braknɛɪɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gevoel dat men moet overgeven
    Ernst probeerde het met zijn nagels van tong en gehemelte te krabben, maar zogauw ook maar een vingertop voorbij zijn lippen kwam, kreeg hij al braakneigingen, en dat mocht niet.
    Het meisje zat op de bank in haar huis in Aldershot toen moeder Laura Arber nog net op tijd haar vinger in de mond van haar dochter kon steken. Dat veroorzaakte een braakneiging waardoor de kipnugget loskwam. ,,Er zat een mondmasker in’’, zegt moeder Laura tegen de BBC.

Vertalingen

Engelsnausea