braaksel
onzijdig (het)/ˈbraksəl/
Wat is de betekenis van braaksel?
braaksel betekent: dat wat is uitgekotst
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dat wat is uitgekotst
Voorbeelden van "braaksel" in een zin
- Na het wilde studentenfeest stonk het hele huis naar bier en braaksel.
- Om haar heen lag braaksel, de achterkant van haar nachtjapon was bevuild.
Veelgestelde vragen over braaksel
Wat is de betekenis van braaksel?
braaksel betekent: dat wat is uitgekotst
Welk woordgeslacht heeft braaksel?
braaksel is een onzijdig (het).
Wat zijn synoniemen van braaksel?
Synoniemen van braaksel zijn: kots.
Hoe gebruik je braaksel in een zin?
Voorbeeld: “Na het wilde studentenfeest stonk het hele huis naar bier en braaksel.”
Etymologie
*, van braken
Vertalingen
Engelsvomit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek