Braam

mannelijk/vrouwelijk (de)/bram/

Wat is de betekenis van Braam?

Braam betekent: (bloemplanten) , braamstruik

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) , braamstruik
  2. fruit (fruit) Rubus, zwarte vrucht van de braamstruik
  3. ruwe, ongelijke rand aan een van een metalen voorwerp, die eigenlijk glad hoort te zijn
  4. straalvinnigen (m) (straalvinnigen) bepaald soort Europese zoetwatervis
  5. straalvinnigen (m) (straalvinnigen) benaming voor zeevissen uit de familie

Voorbeelden van "Braam" in een zin

  • Bramen zijn zwart van kleur, braambozen zijn zoeter en roder.
  • Hij heeft de wedstrijd verloren omdat er een braam op zijn schaats zat.

Etymologie

*[4] wellicht van Latijn "brama" of van dezelfde oorsprong als brasem

Vertalingen

Engelsblackberry, burr
Fransronce, mûre, bavure
DuitsBrombeere, Grat
Spaansmora, zarzamora, rebaba
Italiaansmora
Portugeesamora
Russischежевика
Chinees黑莓
Japansブラックベリー
Koreaans블랙베리
Arabischتوت العليق الأسود
Turksböğürtlen, diken dutu
Poolsjeżyna
Zweedsbjörnbär
Deensbrombær