brandnetel
mannelijk/vrouwelijk (de)/'brɑntnetəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een plantengeslacht , waarvan in Nederland en België de grote brandnetel () en de kleine brandnetel () voorkomen
- (bloemplanten) een harige plant die bij aanraking een brandend gevoel en zwelling veroorzaakt
- (bloemplanten) een harige plant die bij aanraking een brandend gevoel en zwelling veroorzaakt
Vertalingen
Engelsnettle
Fransortie
DuitsBrennnessel
Spaansortiga
Italiaansortica
Poolspokrzywa
Zweedsbrännässla
Deensbrændenælde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek