brems

mannelijk/vrouwelijk (de)/brɛms/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tweevleugeligen (tweevleugeligen) benaming voor grote, bloedzuigende vliegen uit de familie

Etymologie

*van Middelnederlands "breemse", (klanknabootsing) van het zoemende geluid dat ze bij het vliegen maken

Vertalingen

Engelsgad-fly, gadfly, horse-fly
Spaanstábano