Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
brilaap
mannelijk (de)/ΛbrΙͺlap/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) iemand die een bril draagtβJe hebt wat gemist man,β zei Henkie, βdie Towers was te gek.β (β¦) βIk heb de Maastrichter Staar,β zei Pjotr, βen nee: dat is geen ziekte maar mooie mensenmuziek, heel wat beter dan die brilaap met z'n proleterige nepzang. Gala of the Year, 't mocht wat, waar blijft de kerstgedachte op deze wijze?
Etymologie
*, misschien met de bijgedachte aan brulaap
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek