Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

brilaap

mannelijk (de)/ˈbrΙͺlap/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) iemand die een bril draagt
    β€˜Je hebt wat gemist man,’ zei Henkie, β€˜die Towers was te gek.’ (…) β€˜Ik heb de Maastrichter Staar,’ zei Pjotr, β€˜en nee: dat is geen ziekte maar mooie mensenmuziek, heel wat beter dan die brilaap met z'n proleterige nepzang. Gala of the Year, 't mocht wat, waar blijft de kerstgedachte op deze wijze?

Etymologie

*, misschien met de bijgedachte aan brulaap