bromfiets
Wat is de betekenis van bromfiets?
bromfiets betekent: (verkeer) lichte motorfiets met een cilinderinhoud van maximaal 50 cc
Betekenis
- (verkeer) lichte motorfiets met een cilinderinhoud van maximaal 50 cc
Voorbeelden van "bromfiets" in een zin
- Mijn glazenwasser vertelt me dat hij gelovig is. Hij zegt: „Ik had twee bromfietsen, die zijn binnen een week allebei gestolen. Maar ja, de een had iets met de remmen en de andere lekte benzine. Dan moet er toch iemand daarboven zijn die zegt, laat een ander maar een ongeluk krijgen. Snap je wat ik bedoel?”Rob Janssen NRC 1 februari 2016
Betekenis en uitleg van bromfiets
Een bromfiets is een lichte, gemotoriseerde tweewieler die vaak gebruikt wordt voor korte ritten in de stad. Het is een populaire keuze onder jongeren vanwege de snelheid en wendbaarheid in het verkeer.
Het woord 'bromfiets' gebruik je meestal in de context van dagelijkse verplaatsingen, zoals naar school of werk. In Nederland is het ook een vervoermiddel dat een aantal specifieke regels met zich meebrengt, zoals een minimumleeftijd en een rijbewijs. Daarnaast zijn er verschillende soorten bromfietsen, waaronder de snorbromfiets, die zich onderscheiden door hun snelheid en de manier van registratie.
Voorbeelden
- Na school sprong ik op mijn bromfiets en reed ik snel naar huis.
- Tijdens het drukke verkeer in de stad is een bromfiets vaak handiger dan een auto.
- Mijn vriend heeft net een nieuwe bromfiets gekocht en kan niet wachten om ermee op pad te gaan.
Woordoorsprong
Het woord 'bromfiets' is ontstaan uit de samenvoeging van 'brom', wat verwijst naar het geluid van de motor, en 'fiets', wat de tweewielige constructie aanduidt.
Veelgestelde vragen over bromfiets
Wat is de betekenis van bromfiets?
bromfiets betekent: (verkeer) lichte motorfiets met een cilinderinhoud van maximaal 50 cc
Welk woordgeslacht heeft bromfiets?
bromfiets is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je bromfiets in een zin?
Voorbeeld: “Mijn glazenwasser vertelt me dat hij gelovig is. Hij zegt: „Ik had twee bromfietsen, die zijn binnen een week allebei gestolen. Maar ja, de een had iets met de remmen en de andere lekte benzine. Dan moet er toch iemand daarboven zijn die zegt, laat een ander maar een ongeluk krijgen. Snap je wat ik bedoel?”Rob Janssen NRC 1 februari 2016”
Etymologie
* Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘fiets met motor’ voor het eerst aangetroffen in 1950