brouwkuip
mannelijk/vrouwelijk (de)/'brɔukœyp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- breed bassin waarin men het bierbeslag maakt,,Ik mag niet want als kind ben ik in de brouwkuip gevallen’’, zegt hij met een kwinkslag naar stripheld Obelix, die als kind in de ketel met toverdrank viel.Het laatste ven op de route, is de Brouwkuip. Oisterwijkers hebben het ven deze naam gegeven, omdat bierbrouwers hun kuipen in dit ven reinigden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek